7 veelgemaakte fouten bij de uitvoering van Shihonage

Portret van Remco van der Berg, aikido trainer en sportjournalist
Remco van der Berg
Aikido trainer en sportjournalist
Aikido Technieken & Filosofie · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Shihonage, de vierde stap, voelt vaak als een magische beweging. Je ziet het gebeuren en denkt: wow, hoe doet die docent dat?

Maar als beginner probeer je het na en het voelt vaak stijf, ongemakkelijk of zelfs pijnlijk.

Je bent niet de enige. Deze fouten maken we allemaal, zelfs ervaren Aikidoka’s moeten soms teruggrijpen naar de basis. In Nederlandse dojo’s, van Utrecht tot Groningen, zie je deze valkuilen continu terugkomen. Laten we ze één voor één tackelen, zodat jij soepeler en met meer plezier je Shihonage kunt uitvoeren.

Fout 1: Te veel kracht zetten in de armen

Je pakt de pols vast en probeert je partner naar de grond te duwen alsof je een houthakker bent.

Het scenario is herkenbaar: je voelt weerstand en je spant je biceps en schouders aan. Waarom gaat het mis? Omdat Shihonage geen krachtmeting is maar een hefboomwerking.

Je gebruikt je lichaamsgewicht en heupen, niet je armen. Het gevolg is dat je snel vermoeid raakt en je partner makkelijk kan blijven staan of zelfs terugduwen.

De oplossing is simpel maar vraagt oefening: ontspan je schouders en laat je armen als touwen hangen.

In plaats van te duwen, rol je over je vingertoppen heen. Voel hoe je heupen de beweging dragen, niet je spieren. Probeer het eens zonder partner: sta rechtop, laat je armen slap hangen en beweeg je heupen zachtjes vooruit en achteruit. Die ontspanning moet je meenemen naar de mat.

Je armen zijn de verlenging van je heupen, niet de motor.

Fout 2: Te snel draaien zonder controle

Je wilt indruk maken en gooit je lichaam rond alsof je een breakdancer bent. Het voelt spectaculair, maar je partner verliest het contact. Waarom mislukt dit?

Omdat Shihonage draait om verbinding, niet om snelheid. Als je te snel draait zonder controle, ontglipt je partner en val je uit balans. Het gevolg is een onveilige val voor je partner en een gefrustreerde jij.

De oplossing is tempo bewaren. Draai met een vaste, rustige beweging en houd contact via je vingertoppen.

Voel de weerstand van je partner en pas je tempo aan. In de dojo’s van Aikido Nederland gebruiken we vaak de metafoor van een deur die je openzet: je draait soepel, niet met een ruk. Oefen dit langzaam en bouw de snelheid geleidelijk op.

Fout 3: Verkeerde voetpositie bij de val

Je staat met je voeten te dicht bij elkaar of te ver uit elkaar wanneer je je partner naar de grond brengt. Herkenbaar? Je voelt dat je uit balans raakt of dat je partner hard valt.

Waarom gaat dit mis? Shihonage vereist een stabiele basis, maar ook flexibiliteit. Te dichtbij geeft geen ruimte, te ver weg verlies je hefboomwerking.

Het gevolg is een ongemakkelijke val voor je partner en een pijnlijke rug voor jou.

De oplossing is een simpele check: zet je voeten op schouderbreedte, met je achterste voet iets naar buiten gedraaid. Je voorste voet wijst richting je partner. Dit geeft je stabiliteit en ruimte om te draaien.

Oefen dit zonder partner, staand voor een spiegel. Voel hoe je gewicht gelijkmatig verdeeld is. In Nederlandse dojo’s leer je dit vaak al in de eerste beginnerscursus.

Fout 4: Geen verbinding met de partner

Je pakt de pols vast en laat los tijdens de draai. Of je leert Kote-gaeshi veilig uitvoeren zonder de pols van je partner te belasten.

Het scenario: je draait en je partner loopt simpelweg weg. Waarom mislukt dit? Shihonage is een partneroefening; zonder verbinding is het slechts een solo-dans. Het gevolg is dat je partner niet valt en jij je ongemakkelijk voelt.

De oplossing is om constant contact te houden via je vingertoppen en pols.

Voel de energie van je partner en leid die met je lichaam. In Aikido noemen we dit "musubi" – de verbinding. Oefen dit langzaam, waarbij je elke millimeter beweging voelt.

Probeer het eens met een ervaren partner die je feedback geeft. In Nederlandse dojo’s zoals die in Amsterdam of Rotterdam wordt dit vaak geoefend in paren.

Fout 5: De verkeerde hoek van de arm

Je arm is te strak of te los, waardoor je partner niet soepel valt. Herkenbaar?

Je voelt dat je trekt of duwt, maar het werkt niet. Waarom gaat het mis? De hoek van je arm bepaalt de hefboomwerking. Te strak geeft spanning, te los verlies je controle.

Het gevolg is een onnatuurlijke val voor je partner en pijn in je eigen schouder. De oplossing is een neutrale armpositie: je elleboog licht gebogen, hand op ooghoogte.

Voel hoe je arm als een veer werkt, niet als een stok.

Oefen dit voor de spiegel of met een lichte weerstand van je partner. In Nederlandse Aikido-verenigingen gebruiken we vaak speciale polsbandjes om de druk te verdelen, maar de basis van je draaibeweging is altijd je eigen lichaamshouding.

Fout 6: Vergeten om je heupen te gebruiken

Je draait alleen met je bovenlichaam en je benen blijven stijf. Het voelt alsof je een bocht maakt zonder stuur. Waarom mislukt dit?

Shihonage draait om rotatie vanuit de heupen, niet alleen de schouders. Het gevolg is een onvolledige val en een ongemakkelijke houding voor je partner.

De oplossing is om je heupen actief te laten meedraaien. Sta even stil en voorkom het niet gebruiken van je heupen (Hara) bij het werpen. Voel hoe dit je hele lichaam meeneemt.

Breng dit naar de mat: bij elke stap draai je vanuit je kern. In dojo’s in Nederland, zoals die in Utrecht, oefenen we dit vaak met een partner die lichte weerstand geeft zodat je de heuprotatie voelt.

Fout 7: Te veel nadenken tijdens de uitvoering

Je bent zo gefocust op elke stap dat je vastloopt. Herkenbaar? Je hoofd zit vol en je lichaam reageert traag.

Waarom gaat dit mis? Aikido is intuïtief; te veel denken blokkeert de flow.

Het gevolg is een haperende beweging en frustratie. De oplossing is vertrouwen op je lichaam. Oefen de beweging zo vaak dat het automatisch gaat. Begin langzaam, bouw op en laat het los.

In Nederlandse dojo’s moedigen we aan om te voelen in plaats van te denken.

Preventieve checklist voor Shihonage

  • Check je armen: ontspannen, niet gespannen.
  • Tempo: rustig en gecontroleerd, niet gehaast.
  • Voetpositie: schouderbreedte, stabiel en flexibel.
  • Verbondenheid: constant contact via vingertoppen.
  • Armhoek: neutraal, als een veer.
  • Heupen actief: draai vanuit je kern.
  • Vertrouw op je lichaam: minder denken, meer voelen.

Probeer eens een oefening zonder woorden, alleen beweging. Je zult merken dat het soepeler gaat. Shihonage is een prachtige techniek die tijd en geduld vraagt.

In Nederlandse Aikido-dojo’s, van kleine verenigingen tot grote centra, zie je deze fouten bij iedereen – beginners en gevorderden. Het mooie is dat je ze allemaal kunt verbeteren met aandacht en oefening.

Blijf spelen, blijf voelen en geniet van het proces. Je bent op de goede weg.

Portret van Remco van der Berg, aikido trainer en sportjournalist
Over Remco van der Berg

Remco traint al 20 jaar aikido en schrijft over vechtsporten en persoonlijke ontwikkeling.