De impact van COVID-19 op de Nederlandse vechtsportscholen (terugblik)
De lockdowns voelden voor veel dojo's aan als een ongevraagde zen-oefening. Eerst was er de schok, toen de rust van de lege tatami en daarna de zoektocht naar nieuwe vormen.
De impact van COVID-19 op de Nederlandse vechtsportscholen was enorm, maar het verhaal is er ook een van veerkracht en creativiteit. We blikken terug op wat er allemaal veranderd is, van de financiële klappen tot de manier waarop we nu trainen.
Ledenverlies en financiële klappen tijdens de lockdowns
Daling in jeugdleden
Toen de deuren dicht moesten, verdween een belangrijke pijler onder de dojo: de contributie. Veel scholen draaien op de inkomsten van jeugdleden, die vaak via hun ouders zijn verzekerd.
Die stroom droogde plotseling op. Ouders zagen de noodzaak van de maandelijkse kosten niet meer zitten als er niet getraind kon worden. Hierdoor liep het ledenaantal van veel judo- en aikido-scholen hard terug.
Steunpakketten van de overheid
Het was een flinke klap voor de stabiliteit. Gelukkig waren ze er: de overheidssteun.
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) en de NOW-regeling waren voor veel dojo's een levenslijn. Ze dekten een deel van de vaste lasten zoals huur en energie. Toch was het een complex verhaal. De regels veranderden voortdurend en niet iedere dojo kwam even makkelijk in aanmerking.
Veel scholen moesten creatief boekhouden om aan te tonen dat ze recht hadden op steun. Het was een hoop gedoe, maar zonder deze steun waren er veel meer dojo's omgevallen.
De verschuiving naar buitentrainingen en online lessen
Creatieve oplossingen van leraren
Waar een deur dichtgaat, gaat een raam open. Of in dit geval, de achterdeur naar het park. Vechtsportscholen werden hypercreatief.
We zagen overal in Nederland groepjes judoka's en aikidoka's in het gras staan. De focus verschoof van techniek naar conditie en mentale weerbaarheid.
Zoom-trainingen en solo-drills
Leraren bedachten nieuwe drills die je in je eentje kon doen, met een partner of met minimale ruimte. Die creativiteit bracht de gemeenschap bij elkaar, ook al was het op afstand. Online lessen via Zoom of Teams werden de norm. Dit was voor vechtsporten best een uitdaging.
Je kunt nu eenmaal geen echte worp oefenen met een camera. Toch werkte het.
Instructeurs gaven les in solo-drills, kata's en uke-training (hoe leer je vallen zonder partner?). Veel scholen, van grote Aikido-scholen tot kleine dojo's, stuurden wekelijks video's rond. Dit zorgde ervoor dat leden betrokken bleven en hun basisconditie op peil hielden. Door de rijke geschiedenis van Japanse vechtsporten te begrijpen, bleven velen gemotiveerd. Sommige lessen kosten nu nog steeds €10,- per keer, terwijl een groepsles voor de coronacrisis vaak €12,- was.
Gevolgen voor de wedstrijdkalender en topsporters
Geannuleerde toernooien
Het wedstrijdseizoen werd volledig lamgelegd. Toernooien als de Dutch Open Judo in Amsterdam, een begrip in de scene, gingen voor het eerst in decennia niet door.
Dit gold ook voor de grote aikido-seminars in onder meer Eindhoven en Utrecht. Het gemis van deze evenementen was voelbaar, al boden de opkomst van online vechtsport seminars en webinars een alternatief. Het ging niet alleen om de sportieve prestatie, maar ook om de ontmoeting met judoka's uit andere landen en het gevoel van saamhorigheid.
Aangepaste kwalificatie-eisen
Voor topsporters was het een frustrerende tijd. Ze trainden jarenlang naar de Spelen toe, en ineens was die droom onzeker.
De bonden, zoals de Judo Bond Nederland (JBN), moesten improviseren met kwalificatie-eisen.
Sommige eisen werden verlengd of aangepast. Veel talenten misten cruciale wedstrijden om punten te scoren. Het dwong ze om mentaal nog sterker te worden en hun focus te verleggen naar hetgeen ze wél konden controleren: hun eigen training.
Herstel en ledenwerving na de pandemie
Open dagen en proeflessen
Toen de dojo's eindelijk weer open mochten, was het zaak om nieuwe leden te werven.
De schade moest worden ingelopen. Veel scholen organiseerden extra open dagen of boden een proefles aan voor een lage prijs, vaak €5,- of soms helemaal gratis. De focus lag op het gevoel van een veilige, sociale sportomgeving.
Terugkeer van oud-leden
De boodschap was duidelijk: 'kom weer bewegen, ontmoet mensen en bouw je weerbaarheid op'. Die persoonlijke aanpak bleek essentiel.
Gelukkig zagen we ook veel oud-leden terugkeren. Na een periode van thuiszitten en misschien te veel werken, was de behoefte aan fysieke inspanning en sociale interactie groot.
Mensen misten hun 'dojo-familie'. De wachtlijsten voor proeflessen liepen soms vol. Het herstel ging niet van de een op de andere dag, maar langzaam maar zeker stroomden de lesuren weer vol. Veel scholen zitten nu weer op het niveau van voor de pandemie, of zelfs daarboven.
Blijvende veranderingen in hygiëneprotocollen
Schoonmaak van de tatami
Een van de grootste veranderingen die we hebben gehouden, is de focus op hygiëne.
Waar vroeger de tatami na de les alleen werd geveegd, is nu een grondige reiniging met speciale mat-cleaner standaard. Veel scholen hebben vaste schoonmaakroosters ingevoerd. Leden worden geacht hun eigen materiaal, zoals hantachi's (bamboestokken) en hakama's, zelf goed te onderhouden. Dit voelt nu als een standaard onderdeel van de dojo-cultuur.
Ventilatie in de dojo
Ook de luchtkwaliteit is een blijvend aandachtspunt. Scholen hebben geïnvesteerd in betere ventilatie of luchtreinigers.
Vooral in de wintermaanden, als de ramen dicht zijn en de intensiteit van de training hoog is, is frisse lucht cruciaal.
Een goede dojo heeft nu een CO2-meter en zorgt voor constante aanvoer van verse lucht. Dit draagt niet alleen bij aan het voorkomen van virussen, maar ook aan de prestaties en het herstel van de sporters, zoals we zagen in het verslag van het NK Judo. De investering van €150,- tot €300,- voor een goede luchtreiniger is voor veel scholen nu de normaalste zaak van de wereld geworden.
