Hoe Aikido naar Nederland kwam: De pioniers van de jaren '60
Toen Aikido in de jaren '60 voet aan de grond kreeg in Nederland, was het nog een echte niche. Geen dojo's op elke hoek van de straat, maar een handvol bevlogen pioniers die met een handvol boeken, een enkele leraar en een flinke dosis doorzettingsvermogen de basis legden voor wat nu een bloeiende vechtsportgemeenschap is.
Het verhaal begint niet met een grote organisatie, maar met nieuwsgierige Nederlanders die via omzwervingen in Japan of via de eerste Europese seminars kennismaakten met de zachtaardige maar krachtige bewegingskunst van Morihei Ueshiba.
Stel je voor: je staat in een gymzaal in Utrecht of Amsterdam, de vloer is een beetje stroef, de verlichting is fel en je hebt net een Japanse leraar zien demonstreren die met een soepele beweging een veel zwaardere aanvaller uitschakelt. Dat was het begin. In dit stuk nemen we je mee in een praktische, stap-voor-stap reconstructie van hoe Aikido in de jaren '60 in Nederland landde, wie de drijvende krachten waren en wat er nodig was om de eerste dojo's op te richten.
Stap 1: De context en de eerste contacten (1960-1965)
Het begint met een paar sleutelfiguren die als pioniers fungeren. In de vroege jaren '60 reisden enkele Nederlanders naar Japan of ontmoetten leraren in Europa.
Een bekende naam is Jan van der Laan, die in de beginjaren een van de eersten was die Aikido in Nederland introduceerde en les gaf. Ook waren er contacten via de Dutch Aikido Bond (DAB), die in de loop van de jaren '60 en '70 vorm kreeg. Deze pioniers hadden geen uitgebreide dojo-infrastructuur; ze startten vaak in bestaande gymzalen en deden een beroep op lokale sportverenigingen.
Voorwaarden: een netwerk van geïnteresseerden, een geschikte trainingsruimte (minimaal 100 m², liefst met tatami of een zachte vloer), een Japanse leraar of een ervaren Europees instructeur, en een startbudget voor materiaal.
Reken op een maandhuur van €300-€600 voor een simpele gymzaal, en een startinvestering van €500-€1.500 voor tatami-matten (als je ze kon vinden), gi's en eventueel een enkele wapenstok (bokken). Tijdsindicatie: de opstartfase duurde vaak 3-6 maanden van het eerste idee tot de eerste les. Veelgemaakte fouten: te snel willen groeien zonder vaste lesdag(en), onduidelijke communicatie over trainingsniveaus, en te weinig aandacht voor veiligheid en valtraining. Een andere valkuil was het ontbreken van een stabiele leslocatie; zonder vaste zaal verliest een groep snel momentum.
"Je begint klein, maar wel met een duidelijk plan: vaste avond, vaste locatie, vaste leraar."
Stap 2: De eerste dojo opzetten – praktisch en betaalbaar
De eerste dojo's waren vaak bescheiden. Een gymzaal van een sportvereniging, een zolder of een gemeenschapshuis.
- 10-20 judomatten of tatami (€50-€150 per stuk, tweedehands goedkoper)
- 5-10 Aikido-gi's (€40-€80 per stuk, afhankelijk van kwaliteit)
- Enkele bokken (houten oefenzwaarden, €25-€50 per stuk) en jo's (stok, €20-€40)
- Een simpele boekenkast met instructieboeken (o.a. van Morihei Ueshiba, €15-€40 per boek)
Belangrijkste eis: een vlakke, stabiele vloer waarop je veilig kunt vallen. Als er geen tatami beschikbaar was, werden eerst zachte matten of zelfs oude judomatten gebruikt.
- Zoek een locatie met minimaal 100 m², bij voorkeur 120-150 m² voor 8-12 personen per les. Huur €300-€600 per maand.
- Leg een zachte vloer: 10-20 matten, schuin gelegd met overlappende naden voor stabiliteit. Tijd: 45-60 minuten opbouw per les.
- Regel verlichting en ventilatie: helder licht is essentieel voor techniekdetails; zorg voor frisse lucht (open ramen of ventilator).
- Maak een lesrooster: 1-2 avonden per week, 75-90 minuten per les. Start met een proefperiode van 8 weken.
- Bepaal contributie: €30-€50 per maand voor 1-2 lessen per week, inclusief materiaalgebruik.
Een basisuitrusting bestond uit: Stappenplan voor het inrichten: Veelgemaakte fouten: te veel lessen plannen zonder voldoende aanmeldingen, onvoldoende rekening houden met opbouw- en afbouwtijd van de zaal, en te weinig communicatie over veiligheidsregels. Een ander veelgezien probleem: het ontbreken van een duidelijke inschrijfprocedure en betalingstermijn.
Stap 3: Lesgeven en de technische basis introduceren
De vroege lessen waren toegankelijk en praktisch. Pioniers introduceerden basisprincipes: stilstaand en bewegend evenwicht (kamae en tai-sabaki), de eerste valtechnieken (ukemi), en eenvoudige toewendingen (ikkyo, irimi-nage).
- Warm-up (10-15 min): mobiliteit van heupen, schouders, polsen; lichte cardio.
- Valtraining (10-15 min): voorwaarts en achterwaarts rollen op zachte matten, beginnend vanuit hurkzit.
- Technieksegment (40-50 min): 2-3 basisoefeningen, herhaald met verschillende partners.
- Coole-down (5-10 min): ademhaling, stretchen, korte nabespreking.
Een typische lesstructuur zag er zo uit: Veelgemaakte fouten: te snel te complexe technieken aanbieden zonder stabiele houding, onvoldoende aandacht voor veilig vallen, en te weinig variatie in partners waardoor leerlingen niet wennen aan verschillende lichaamstypen. Een ander veelgehoord advies van pioniers: begin altijd met een duidelijke uitleg waarom een techniek werkt (principe van harmonie en timing), niet alleen het 'hoe'.
"Eerst bewegen, dan techniek. Pas als je beweging soepel is, wordt de techniek krachtig."
De eerste leraren waren vaak autodidactisch of hadden een korte stage in Europa of Japan achter de rug.
Ze werkten met boeken, foto’s en soms een enkele 8mm-film om details te bestuderen. Een typische investering: een tweedehands projector (€50-€150) en een Aikido-handboek (€20-€40). Tijd per les: 75-90 minuten, met een focus op herhaling en rustige timing.
Stap 4: Netwerken en groei – van lokale kring naar landelijke verbinding
In de jaren '60 was netwerken cruciaal. Pioniers organiseerden weekends, gastlessen en kleine seminars.
Een typisch weekend had 12-20 deelnemers, locatiehuur €150-€300, en een gastleraar uit Europa.
- Neem contact op met naburige dojo's en sportverenigingen. Plan een uitwisselingsles (€0-€50 per persoon).
- Organiseer een maandelijks seminar (4-8 uur) met een ervaren leraar. Budget €500-€1.000 inclusief zaal en vergoeding.
- Zet een eenvoudige nieuwsbrief op (papier of vroeg digitaal) met data, locaties en kosten. Stuur naar 20-50 adressen.
- Sluit aan bij de DAB of een regionaal netwerk voor examinering en kaderopleiding.
De Dutch Aikido Bond (DAB) ontstond uit deze behoefte aan samenwerking: een overkoepelend orgaan voor kwaliteit, examens en uitwisseling. Stappen voor netwerken: Veelgemaakte fouten: te weinig communicatie over data en locaties, onduidelijke kosten en te weinig focus op veiligheid en niveau-indeling.
Een ander aandachtspunt: het ontbreken van een centrale agenda waardoor evenementen elkaar somsoverlapten. De groei was geleidelijk.
In de beginjaren waren er enkele tientallen beoefenaars verspreid over een aantal steden. Pas later, in de jaren '70 en '80, breidde het aantal dojo's zich uit. Maar de basis werd in de jaren '60 gelegd: een hechte, kleine community met een praktische instelling.
Stap 5: Materiaal, kleding en veiligheid – wat werkte in de praktijk
De uitrusting was eenvoudig maar doeltreffend. Een Aikido-gi (wit pak) was het standaarduniform; een simpele, stevere stof ging jaren mee.
Voor wapentraining waren een bokken en jo essentieel. Veiligheid stond voorop: zachte matten, geleidelijke opbouw van valtechnieken en duidelijke instructie. Praktische checklist materiaal:
- Gi's: 1-2 per leerling, maat S-XXL, €40-€80 per stuk.
- Matten: 10-20 stuks, 100x200 cm, tweedehands vanaf €30 per stuk.
- Bokken: 2-4 stuks, standaard maat, €25-€50 per stuk.
- Jo's: 2-4 stuks, €20-€40 per stuk.
- Boeken: basiswerken van Ueshiba en Europese leraren, €15-€40 per stuk.
Veelgemaakte fouten: te dunne matten (risico op blessures), te strakke of te losse kleding (belemmert beweging), en onvoldoende onderhoud van houten wapens (splinters, scheuren). Wie zich verdiept in de traditionele achtergrond van koryu, ziet dat een ander veelgezien probleem het niet controleren van de zaalvloer op oneffenheden is, wat leidt tot instabiele technieken.
"Goed materiaal is geen luxe, het is een basisvoorwaarde voor veiligheid en plezier."
De kosten waren voor die tijd behapbaar. Een startende groep van 10 personen kon met een initiële investering van €1.000-€2.000 uit de voeten, inclusief matten, pakken en boeken.
De maandelijkse lasten bleven beperkt tot zaalhuur en contributie.
Stap 6: Verificatie-checklist – is jouw vroege Aikido-community klaar?
Gebruik deze checklist om te controleren of de basis op orde is, mede geïnspireerd door de rijke geschiedenis van Japanse vechtsporten en hun invloed op Nederland.
- Is er een vaste trainingslocatie van minimaal 100 m² met zachte vloer?
- Staat er een duidelijk lesrooster (1-2 avonden per week, 75-90 minuten)?
- Zijn er voldoende gi's, matten en wapens voor 8-12 personen?
- Is er een veiligheidsprotocol voor valtraining en wapengebruik?
- Zijn de kosten en contributie helder (€30-€50 per maand)?
- Is er contact met een netwerk of bond (bijv. DAB) voor kwaliteit en uitwisseling?
- Zijn er plannen voor maandelijkse seminars of weekends (budget €500-€1.000)?
- Is er een communicatieplan (nieuwsbrief, agenda, contactpersonen)?
Elk punt is concreet en controleerbaar. Als je deze punten kunt afvinken, ben je klaar om de volgende stap te zetten: een duurzame, veilige en gezellige Aikido-gemeenschap opbouwen. De pioniers van de jaren '60 lieten zien dat het kan: met weinig middelen, veel passie en een praktische aanpak. Wil je intussen een authentieke Japanse sfeer creëren in je eigen trainingsruimte?
