Hoe onthoud je alle techniek-namen voor je examen?
Je staat daar op de tatami, je hoofd loopt over en je instructeur roept een naam die je net niet kunt plaatsen. Herkenbaar?
De technieknamen voor je aikido-examen – van kokyunage tot shihonage – voelen soms als een onmogelijke lijst. Goed nieuws: het onthouden van die namen is een vaardigheid die je kunt trainen, net als een worp of een klem. Met de juiste aanpak, een beetje structuur en herhaling gaat het lukken. Pak een kop koffie, ga even zitten en laten we dit samen tackelen.
Wat je nodig hebt: je basis op orde
Voordat je begint, zorg je voor een rustige plek zonder afleiding. Je hoeft niet meteen een duur boek te kopen; een simpele map en pen zijn al genoeg.
De meeste Aikido-scholen in Nederland, zoals die van Aikikai of Shodokan, werken met officiële exameneisen. Vraag bij je eigen dojo na welke lijst geldt voor jouw graad (bijvoorbeeld 6e kyu of 5e kyu). Dat scheelt een hoop zoekwerk.
Verzamel een paar dingen: je examenlijst (digitaal of op papier), een notitieboekje (A5 is fijn), een pen, en een telefoon of camera om filmpjes te maken.
Een losse stapmat of een stukje vloer in huis is handig om rustig te oefenen. Reken op een kleine investering: een goed notitieboekje kost tussen de €5 en €10, en een simpele timer-app is gratis. Check of je dojo een eigen syllabus heeft.
Veel Nederlandse verenigingen gebruiken de basislijst van de Aikikai Foundation, maar er zijn verschillen. Bijvoorbeeld: de naam van een techniek kan iets verschillen per stijl (Iwama, Yoshinkan, of sport-aikido). Zorg dat je weet welke versie je moet leren.
Tip van een mede-aikidoka: vraag je sensei om een korte lijst van 5 tot 10 examentechnieken per keer. Niet alles in één keer, dat werkt averechts.
Stap 1: maak een heldere examenlijst per graad
Begin met een overzichtelijk lijstje. Schrijf per graad op wat je moet weten.
- Vraag de officiële examenlijst op bij je dojo. Doe dit bij je instructeur of kijk op het lesrooster. (Tijd: 5 minuten.)
- Sorteer de technieken op categorie: worpen (nage-waza), klemmen (osae-waza) en staande technieken (tachi-waza). Gebruik hiervoor je notitieboekje of een digitaal document. (Tijd: 10 minuten.)
- Voeg per techniek de Japanse naam én de Nederlandse vertaling toe, als die bekend is. Bijvoorbeeld: kokyunage (adem-worp) of shihonage (vierkanteworp). (Tijd: 10 minuten.)
- Check dubbele namen. Soms dezelfde techniek met een andere naam, afhankelijk van de stijl. Markeer deze duidelijk. (Tijd: 5 minuten.)
Voor een 6e kyu-examen gaat het vaak om basistechnieken zoals tai no henko, kokyunage en iriminage.
Voor 5e kyu komen daar varianten bij, zoals shihonage en kote gaeshi. Houd het simpel: maximaal 10 technieken per lijst, inclusief de belangrijkste varianten. Veelgemaakte fout: te veel technieken tegelijk proberen te onthouden.
Blijf bij een lijst van maximaal 10 stuks. Als je te veel tegelijk moet leren, raak je snel overweldigd.
Begin klein, bouw op. Verificatie: je lijst bevat per techniek de Japanse naam, de Nederlandse vertaling en een korte omschrijving van de uitvoering. Als je lijst klopt, ben je klaar voor de volgende stap.
Stap 2: koppel elke naam aan een beeld en een beweging
De meeste mensen onthouden beter als ze een beeld én een beweging hebben. Koppel dus elke naam aan een tastbare ervaring.
- Bekijk een filmpje van je dojo of een betrouwbare bron over aikido. Zet het geluid uit en kijk alleen naar de beweging. (Tijd: 2 minuten per techniek.)
- Voer de techniek langzaam uit op je eentje. Focus op de startpositie, de draai en het einde. Zeg de naam hardop terwijl je beweegt. (Tijd: 3 minuten per techniek.)
- Maak een foto of een kort filmpje van jezelf terwijl je de techniek doet. Zet de naam erbij in je notitieboekje. (Tijd: 2 minuten.)
- Herhaal dit voor elke techniek op je lijst. Doe maximaal 5 technieken per dag, zodat je niet oververmoeid raakt. (Tijd: 15–20 minuten per dag.)
Ga op de tatami staan en voel de techniek. Zo wordt een naam geen abstract woord, maar een herinnering aan hoe je lichaam beweegt.
Veelgemaakte fout: te snel gaan. Neem de tijd om elke techniek echt te voelen. Als je haast hebt, blijft de naam niet hangen.
Pro-tip: gebruik een trigger. Bijvoorbeeld: "iriminage" koppel je aan de beweging van een deur openen en dan een worp. Zo’n mentale link maakt het makkelijker.
Stap 3: herhaal met interval en test jezelf
Herhaling is de sleutel, maar doe het slim. Gebruik een intervalmethode: herhaal een techniek na 1 dag, daarna na 3 dagen, en dan na een week. Dit werkt beter dan eindeloos herhalen in één sessie.
- Maak een simpele planning: bijvoorbeeld maandag techniek 1–5, woensdag 1–5 opnieuw, zondag alle 10. Gebruik een kalender-app of een fysieke planner. (Tijd: 5 minuten per week.)
- Test jezelf zonder hulpmiddelen. Schrijf de namen op een blanco blad en vul aan wat je weet. Check daarna je lijst. (Tijd: 10 minuten per sessie.)
- Vraag een trainingspartner om te helpen. Laat hem of haar een naam noemen en voer de techniek uit. Wissel rollen af. (Tijd: 15 minuten.)
- Gebruik een timer om je sessies kort en scherp te houden. Bijvoorbeeld 25 minuten studeren, 5 minuten pauze (de Pomodoro-methode). (Tijd: 30 minuten per dag.)
Veelgemaakte fout: te veel pauzes of te weinig focus. Blijf bij je planning en zorg dat je tussendoor niet op je telefoon scrolled.
Een korte wandeling is prima. Verificatie: na een week kun je minimaal 80% van de namen noemen zonder te kijken. Als dat lukt, ben je op de goede weg.
Stap 4: bouw een routine en houd het leuk
Een examen is serieus, maar je training mag leuk zijn. Mocht je zakken voor je examen, onthoud dan dat je training vooral leuk moet blijven. Maak er een gewoonte van om elke dag een beetje te oefenen.
- Kies een vast moment, bijvoorbeeld na het avondeten. Zet een timer en ga naar je oefenplek. (Tijd: 15 minuten.)
- Varieer je aanpak: de ene dag technieken uit je hoofd leren, de andere dag met een partner oefenen. Zo blijft het fris. (Tijd: 15 minuten.)
- Beloon jezelf. Na een succesvolle sessie: een kop thee, een stukje chocolade (max €2) of een korte wandeling. (Tijd: 5 minuten.)
- Houd een dagboek bij. Schrijf elke dag op welke technieken je geoefend hebt en wat je moeilijk vond. Zo zie je vooruitgang. (Tijd: 5 minuten.)
Het hoeft niet lang; 15 minuten is genoeg. Veelgemaakte fout: te streng voor jezelf zijn. Als je een dag overslaat, is dat niet erg. Pak de draad de volgende dag weer op.
Denk aan je dojo-maten: vraag of je een keer mag meekijken bij een examen van een hogere band. Zien helpt enorm.
Stap 5: voor de dag zelf – check en rust
De dag voor je examen: rust uit, herhaal nog één keer kort en controleer je lijst. Zorg dat je slaapt en eet genoeg. Hoe organiseer je zelf een clubexamen voor je leerlingen?
- Loop je lijst nog een keer door, maar zonder druk. Focus op de namen die je minder makkelijk vindt. (Tijd: 10 minuten.)
- Controleer je materiaal: judopak, band, en eventueel examenbewijs. Zorg dat je op tijd bent. (Tijd: 5 minuten.)
- Adem in en uit. Neem een paar seconden om te aarden voordat je de tatami opgaat. (Tijd: 1 minuut.)
Een examen in Nederland kost meestal tussen de €25 en €40, afhankelijk van je vereniging. Veelgemaakte fout: tot het laatste moment door blijven oefenen. Rust is net zo belangrijk als herhaling.
Verificatie-checklist
- Ik heb een officiële examenlijst per graad, inclusief Japanse en Nederlandse namen.
- Elke techniek is gekoppeld aan een beeld, beweging en eventueel een eigen filmpje.
- Ik heb een planning gemaakt voor herhaling met interval (1 dag, 3 dagen, 1 week).
- Ik heb mezelf getest en kan minimaal 80% van de namen noemen zonder te kijken.
- Ik heb een dagelijkse routine van 15 minuten en een beloningssysteem.
- Ik heb mijn materiaal klaarliggen en weet hoe laat ik moet zijn.
Als je deze checklist kunt afvinken, ben je klaar voor je examen. Je hebt de technieknamen niet alleen geleerd, je voelt ze ook. Heb je hulp nodig bij de reflectie voor je leraarsgraad?
En dat is precies wat aikido is: weten, voelen en doen. Succes op de tatami!
