Japanse termenlijst: De 50 belangrijkste woorden voor vechtsporters
Stap je voor het eerst een dojo binnen, dan hoor je meteen woorden die je misschien nog nooit hebt gehoord. Het klinkt mysterieus, maar het is eigenlijk heel praktisch.
Deze Japanse termen zijn de sleutel tot begrip, respect en veiligheid in elke vechtsport, van aikido tot judo. Je hoeft geen Japans te spreken, maar een handvol basiswoorden kennen? Dat maakt je training direct een stuk soepeler. Laten we de 50 belangrijkste termen op een rijtje zetten, zodat jij je meteen thuis voelt op de mat.
Algemene dojo etiquette en groeten
De dojo is een plek van respect. De manier waarop je binnenkomt, begroet en afscheid neemt, laat zien dat je de ruimte en je trainingspartners waardeert.
Onegaishimasu
Dit zijn de basiswoorden die je elke les gebruikt. Dit zeg je voordat een training begint, wanneer je begroet of wanneer je iets vraagt.
Arigato gozaimashita
Het betekent zoiets als "alsjeblieft" of "ik vraag je om hulp". Het is een teken van respect en bereidheid om te leren. Na de training zeg je dit om te bedanken.
Rei
Het is een beleefde vorm van "dankjewel". In sommige dojo's hoor je ook korter "arigato", maar de volledige versie toont extra respect. Rei betekent "buigen". Dit doe je aan het begin en einde van de les, en naar je partner voor en na een oefening.
Seiza
Het is een gebaar van respect, geen onderwerping. Seiza is de traditionele zitpositie op de knieën.
Je gebruikt dit bij het groeten en soms tijdens instructies. De betekenis van seiza is "rechtop zitten", een houding van aandacht en rust.
Tellen in het Japans tijdens de training
Tellen gebeurt in het Japans, vooral bij herhalingen van technieken of bij het oefenen van slagen (suburi). Het ritme helpt bij de ademhaling en timing.
Ichi tot Ju
De telling van 1 tot 10 is essentieel. Ichi (1), Ni (2), San (3), Shi of Yon (4), Go (5), Roku (6), Shichi of Nana (7), Hachi (8), Ku (9), Ju (10). Bij suburi tel je vaak hardop om het tempo te behouden.
Tellen bij suburi
Suburi zijn herhalende slagen of bewegingen. Je telt niet alleen voor de telling, maar ook om je ademhaling te synchroniseren.
Ritme en ademhaling
Een veelgehoord ritme is "Ichi, Ni, San, Shi..." met een korte ademhaling per telling. Ademhaling is net zo belangrijk als de telling. Een vast ritme helpt je om ontspannen te blijven en kracht te behouden. Probeer bij elke telling uit te ademen.
Rollen en posities op de mat
In elke vechtsport heb je rollen. Wie geeft de techniek? Wie ontvangt?
Tori en Uke
Wie is de leraar? Deze termen helpen om duidelijkheid te creëren. Tori is degene die de techniek uitvoert.
Sensei
Uke is degene die de techniek ontvangt. In aikido is Uke ook degene die valt en de techniek "ontvangt" om veilig te leren vallen.
Sempai en Kohai
Sensei betekent "leraar". Je gebruikt dit om de hoofdinstructeur aan te spreken. In Nederlandse dojo's is de sfeer vaak informeel, maar respect voor de sensei blijft belangrijk. Moet je Japans spreken om de les goed te volgen?
Sempai is de meer ervaren leerling; kohai is de minder ervaren leerling. De relatie draait om begeleiding en respect. Sempai's helpen kohai's bij het leren van technieken.
Lichaamsdelen en richtingen
Om technieken goed uit te leggen, gebruiken we Japanse termen voor lichaamsdelen en richtingen. Het is hierbij belangrijk om te begrijpen waarom onjuist taalgebruik respectloos kan zijn.
Migi en Hidari
Dit maakt instructies duidelijk en universeel. Migi is rechts, hidari is links. Deze termen hoor je bijna elke les, bijvoorbeeld: "Migi teken, hidari voet vooruit". Omote is de voorkant of de "zichtbare" kant van een techniek.
Omote en Ura
Ura is de achterkant of de "verborgen" kant. In aikido zie je deze termen veel bij draaiende bewegingen, wat ook verklaart waarom Japans de voertaal is in de dojo.
Jodan, Chudan, Gedan
Jodan is hoog (bijvoorbeeld een slag naar het hoofd), chudan is midden (naar de romp), gedan is laag (naar de benen).
Deze termen helpen bij het aangeven van doelen en verdedigingen.
Kleding en uitrusting
De uitrusting in een dojo is functioneel en traditioneel. Hier zijn de belangrijkste termen voor kleding en wapens.
Gi
De gi is het traditionele pak dat je draagt tijdens de training. In aikido en judo is het vaak wit en stevig. Een goede gi kost tussen de €50 en €150, afhankelijk van het merk en de kwaliteit.
Obi
De obi is de band die je draagt om je gi. De kleur van de obi geeft je niveau aan, van wit (beginner) tot zwart (gevorderd).
Hakama
Een standaard obi kost ongeveer €10 tot €20. De hakama is een wijd broekrok die gedragen wordt door gevorderde beoefenaars, vaak vanaf de blauwe band in aikido.
Bokken en Jo
Het is een traditioneel kledingstuk dat bewegingen accentueert. Prijzen liggen tussen €80 en €200. Een bokken is een houten zwaard, gebruikt in aikido en kenjutsu. De jo is een houten staf.
Beide worden gebruikt voor kata (vormen) en partneroefeningen. Een bokken of jo kost tussen €30 en €100, afhankelijk van het hout en de afwerking.
Acties en commando's van de leraar
De leraar geeft commando's om de training te sturen. Deze Japanse termen houden de sessie soepel en veilig.
Hajime
Hajime betekent "begin". De leraar roept dit om de oefening te starten.
Yame
Het klinkt krachtig en geeft meteen energie. Yame betekent "stop". Gebruik dit om een techniek of oefening veilig te beëindigen. Het is belangrijk om direct te reageren op dit commando.
Matte
Matte betekent "wacht" of "pauze". Handig als je even moet bijkomen of als de leraar iets wil uitleggen.
Mawatte
Mawatte betekent "draai je om". Gebruikt bij positionele oefeningen of wanneer je van kant wilt wisselen. Begin met het onthouden van de meest gebruikte termen: rei, onegaishimasu, arigato gozaimashita, tori, uke, en de telling van 1 tot 5.
Oefen ze elke les. Vraag je sensei of sempai als je een term niet begrijpt.
Praktische tips voor beginners
Het is normaal om in het begin te wennen aan de taal.
Gebruik de termen actief, dan blijven ze hangen. En onthoud: fouten maken mag, zolang je respect toont.
