Shihonage techniek stap voor stap: De worp in vier richtingen

Portret van Remco van der Berg, aikido trainer en sportjournalist
Remco van der Berg
Aikido trainer en sportjournalist
Aikido: Traditie, Filosofie en Technieken · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je staat op de mat. Je voelt de spanning in je schouders.

De sensei roept: "Shihonage!". Je hoofd maakt een sprintje: vier richtingen? Hoe dan? Waar begin je? Geen zorgen.

Shihonage, de 'vierdelige worp', klinkt ingewikkelder dan het is. Het is een logisch, vloeiend proces. Een soort dans, maar dan met vallen en opstaan. Vandaag pakken we het stukje bij beetje aan.

We bouwen het op, van de basis tot aan de vloeiende finish.

Je hoeft geen zwarte band te hebben om te beginnen. Je hebt alleen een open houding en een beetje geduld nodig. Laten we de mat opgaan en deze prachtige techniek ontdekken. Het is tijd om je beweging te ontwikkelen.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Voordat we in de diepte duiken, even checken of je de basis op orde hebt. Shihonage bouwt voort op simpele principes.

Zonder die basis voelt het houterig en onveilig. Je hoeft geen dure spullen te kopen, maar je lichaam en aandacht zijn je belangrijkste gereedschap. Als eerste is het handig als je de basishouding (kamae) en het lopen (tai sabaki) redelijk onder de knie hebt.

Je hoeft geen expert te zijn, maar je moet je evenwicht kunnen vinden.

Daarnaast is het slim om alvast de techniek 'ikkyo' (de eerste hoek) te kennen. Shihonage bouwt hierop voort. Je gebruikt namelijk dezelfde armcontrole in het begin.

Tot slot is het een stuk veiliger (en fijner voor je partner) als je weet hoe je een val (ukemi) correct maakt. Je gaat namelijk best vaak op je rug. Zorg dat je comfortabel bent met het rollen.

  • Je lichaam: Een beetje lenigheid helpt, maar is niet verplicht. Focus op je heupen.
  • Partner: Oefen met een partner van ongeveer dezelfde lengte en gewicht. Dit maakt de timing makkelijker te leren.
  • Materialen: Een goede tatami (mat) is fijn. Draag een schone, witte of blauwe Aikidogi. Geen losse sieraden.
  • Ruimte: Zorg dat je minimaal 4 bij 4 meter ruimte hebt. Je loopt namelijk een grote cirkel.

Stap 1: De greep en de eerste stap (Irimi)

Het begint allemaal met een aanval. Meestal is dit een rechte aanval op de pols (Katate-dori) of een directe aanval naar je gezicht (Shomen-uchi).

Je partner grijpt je vast. Rustig blijven. Je partner houdt je linkerhand vast met zijn rechterhand.

Jij pakt zijn linkerelleboog met je rechterhand. Dit is de start. Je beweging begint nu. Je stapt niet recht terug.

Je stapt schuin naar voren, rechts langs je partner. Dit heet 'irimi' (binnenstappen).

Je lichaam draait al een beetje mee. Je linkerkomt naast hun rechterzijde te staan. Je handen blijven contact houden.

Denk aan een zachte, maar stevige grip. Je bent nu klaar voor de eerste hoek.

  1. De Greep: Partner grijpt je linker pols (rechterhand). Jij pakt hun linkerelleboog vast met je rechterhand. Houd het licht.
  2. De Stap: Draai je rechtervoet 90 graden naar rechts. Zet hem neer naast hun linkervoet.
  3. Timing: Doe dit op het moment dat de aanval net is afgelopen. Niet te snel, niet te langzaam. Ongeveer 1 seconde na contact.
  4. Foutje: Niet recht terug stappen! Je loopt nu langs ze heen.

Stap 2: De eerste hoek (Kakushi Gari)

Nu je naast je partner staat, ga je de hoek in. Je trekt hun arm een klein beetje naar je toe.

Tegelijkertijd zak je door je knieën. Je maakt jezelf zwaar en stabiel. Dit is cruciaal voor de balansbreuk. Je gebruikt nu je rechterbeen om hun linkervoet te 'schrapen' of te tillen.

Dit heet ook wel de verborgen sweep (Kakushi Gari). Je partner tilt nu automatisch de voet op om te compenseren.

Op dat moment staan ze op één been. Dat is je moment.

Je tilt hun arm omhoog en draait je heupen. Je brengt je partner naar hun tenen. Je voelt de spanning in hun lichaam.

Ze zijn nu off-balance. De hoek is ongeveer 45 graden.

  1. Zakken: Buig je knieën. Je gewicht gaat naar beneden.
  2. Sweep: Schuif je rechterbeen zachtjes tegen hun linkerenkel. Druk niet hard.
  3. Liften: Til hun arm omhoog richting je linkerschouder. Je elleboog gaat omhoog.
  4. Foutje: Je partner omver trekken. Je moet ze laten balanceren op hun tenen, niet omduwen.

Stap 3: De tweede hoek en de draai

Hier gaat het mis voor veel beginners. Je bent nu in een lage hoek.

De verleiding is groot om je partner op te tillen. Niet doen. Je moet nu de hoek verlaten. Je stapt met je linkervoet verder naar voren en naar rechts.

Je loopt nu een 'S'-beweging. Terwijl je een grote cirkel om je partner heen maakt, bereid je de techniek voor.

Terwijl je stapt, draai je je handen. Je linkerhand (die de pols vasthoudt) draait zodat de palm van je partner naar boven wijst. Je rechterhand (elleboog) blijft hoog. Je loopt nu achter je partner langs.

Je bent de 'vierde richting' aan het inzetten. De hoek die je nu maakt is ook ongeveer 45 graden. Je bent nu klaar om de worp in te zetten.

  1. De Stap: Zet je linkervoet ver voor je neer, schuin naar rechts.
  2. Draai: Je draait je heupen volledig open. Je partner draait met je mee.
  3. Armwerk: Je elleboog blijft hoog, je pols draait zacht.
  4. Foutje: Je armen strekken. Blijf een beetje 'zacht' in je ellebogen, anders verlies je contact.

Stap 4: De vierde richting en de landing

Je bent nu volledig gedraaid. Je staat met je rug naar je partner toe (bijna), wat ook een cruciaal moment is bij Jo-dori: verdediging tegen een stok.

Je hebt een soort 'houdgreep' van bovenaf. Je linkerhand op hun pols, je rechterhand op hun schouder/elleboog. Het is nu tijd om de 'worp' te maken.

Dit is geen brute kracht. Het is een kanteling.

Je strekt je armen zachtjes uit. Je duwt niet, je laat ze zakken.

Je heupen zakken diep. Je partner rolt over je heup. Ze landen op hun rug. Jij blijft staan, of je zakt door je knieën om ze netjes te ontvangen.

De landing moet zacht zijn. Tel tot drie: 1 = draaien, 2 = vastzetten, 3 = laten rollen.

  1. Positionering: Je staat schuin achter je partner. Hun rug is naar je toe.
  2. De Drop: Zak door je knieën. Strek je armen naar beneden (naar de mat).
  3. De Roll: Je partner rolt over je dijbeen/heup. Laat het gebeuren.
  4. Foutje: De partner optillen en gooien. Blijf laag! Laat ze rollen, duw ze niet.

Veelgemaakte fouten en hoe je ze fixt

Als je bovenstaande stappen volgt, voelt het vaak nog wat stroef. Dat is normaal. Shihonage draait om timing, niet om spierkracht. Hieronder de drie grootste valkuilen voor beginnende Aikidoka's in Nederland (en daarbuiten). Herken je ze?

Dan weet je meteen wat je moet aanpassen. De eerste fout is het 'schouder trekken'.

Veel beginners trekken aan de pols om hun partner te bewegen. Dit is verkeerd. Je moet de elleboog leiden.

Als je de elleboog stuurt, volgt de rest van het lichaam vanzelf. Door te werken aan een rechte lichaamshouding, voorkom je de tweede fout: te snel gaan. Shihonage is een techniek van controle.

"Rustig aan, techniek gaat boven snelheid."

Als je haast hebt, verlies je de balans. Neem de tijd voor elke hoek.

De derde fout is het vergeten van de heupen. Alles gebeurt vanuit je centrum (hara). Je armen zijn alleen verlengstukken. Als je je heupen niet gebruikt, ga je je schouders optrekken en dat is dodelijk voor je techniek. Oefen de heupbeweging zonder partner om het gevoel te krijgen.

Verificatie-checklist: Klopt mijn techniek?

Om te weten of je het goed doet, hoef je niet meteen een examen te doen.

Je kunt het voelen. Als het goed voelt, is het vaak goed. Als het pijn doet of zwaar voelt, zit er een blokkade in. Gebruik deze checklist om jezelf te controleren of om je partner te vragen om feedback.

Loop deze punten mentaal na tijdens het oefenen. Het is handig om dit met je partner te bespreken.

Vraag: "Voelde dat zwaar?" of "Bleef je in balans?". Samen leer je meer.

Let op: Shihonage hoort soepel te zijn. Het voelt alsof je iemand begeleidt, niet alsof je ze forceert.

  • Controle Elleboog: Is je elleboog de hele tijd hoger dan je pols?
  • Heupgebruik: Voel je dat je draait vanuit je middel, niet je schouders?
  • Partner Balans: Kan je partner makkelijk op één been staan tijdens stap 2?
  • Geen Pijn: Doet je pols, elleboog of schouder pijn? Stop. Dan zit je verkeerd.
  • De Landing: Komt je partner zacht op de mat? Of is het een harde klap?
Portret van Remco van der Berg, aikido trainer en sportjournalist
Over Remco van der Berg

Remco traint al 20 jaar aikido en schrijft over vechtsporten en persoonlijke ontwikkeling.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Aikido: Traditie, Filosofie en Technieken
Ga naar overzicht →